Van Weel biedt excuses aan Tweede Kamer voor onjuist beeld onbehandelde aangiftes
Minister Van Weel erkent dat hij de Tweede Kamer misleidde over onbehandelde aangiftes. Een motie van wantrouwen tegen hem kreeg alleen steun van Forum voor Democratie.

Minister Van Weel bood de Tweede Kamer op 24 september excuses aan en erkende dat hij de Kamer op het verkeerde been had gezet met zijn uitleg over onbehandelde aangiftes. 1 Later in het debat ging hij nog verder: hij gaf toe dat de Kamer zich terecht misleid voelde en zei dat dit nooit zijn bedoeling was geweest. 2
Wat de Rekenkamer vond
Aanleiding was een Rekenkamerrapport uit juni 2026 over onbehandelde aangiftes in 2024. 3 Daarin staat dat ongeveer 10.000 aangiftes van ernstige delicten, waaronder geweldsmisdrijven, onbehandeld bleven. 3 Ongeveer 7.000 daarvan werden direct afgewezen en ongeveer 3.000 werden na aanname alsnog gestaakt door capaciteitsgebrek bij de politie. 3
Van Weel schetste in het Kamerdebat aanvankelijk dat vooral aangiftes zonder aanknopingspunt, zoals een verdachte of getuige, onbehandeld bleven. 4 Dat is volgens het verslag van de Tweede Kamer een uitleg die de Rekenkamer als onvolledig bestempelde: de werkelijke groep onbehandelde aangiftes bleek breder dan de minister aanvankelijk schetste. 4 Het gaat in beide lezingen om dezelfde onderzochte periode: de aangiftes uit 2024 die de Rekenkamer in juni 2026 in kaart bracht. 3
Verdeelde oppositie
Meerdere oppositiepartijen noemden die eerste excuses onvoldoende. 5 Pro, SP, JA21, 50Plus, SGP en BBB overwogen een motie van wantrouwen tegen de minister. 5 Een motie van wantrouwen kan een minister dwingen om op te stappen als een meerderheid van de Tweede Kamer voor stemt. In de praktijk biedt een minister na zo’n motie vaak zelf zijn ontslag aan, nog voor de stemming.
De PVV diende die motie uiteindelijk in. 6 Alleen Forum voor Democratie steunde de motie. 6 De overige partijen namen genoegen met de latere, verdergaande excuses van Van Weel en stemden tegen. 6 De motie kreeg daardoor geen meerderheid en Van Weel bleef minister. 6